Compressors en limiters uitgelegd – Introductie

Een compressor is een soort geautomatiseerde volumeknop. Je stelt een bepaald maximumvolume in en geeft de compressor de opdracht om alles wat harder is dan dat, zachter te zetten.

Een voorbeeld hoe je dit kunt gebruiken: Als het volume te hard opgenomen wordt, gaat het oversturen. Dus zet er een compressor op die het volume automatisch terugdraait net voordat het gaat oversturen. Zo voorkom je een hoop problemen.

Andere toepassing: Stel je opname heeft een paar hele harde pieken in het geluid zitten. Maar afgezien daarvan, is de rest van het geluid heel zacht. Als je dan alles gewoon harder zet, gaan die pieken oversturen. Een compressor kan die pieken remmen. En dan kun je het geheel harder zetten, waardoor het wat harder klinkt allemaal.

Maar een mooie bijkomstigheid van een compressor vind ik dat je het geluid er ook mee kunt kleuren. Een voice-over kun je voller en vetter laten klinken met een compressor, of bijvoorbeeld muziek kun je meer ‘punch’ geven. Elke compressor klinkt net anders. En als je dat geluid weet te herkennen, kun je precies de goede kiezen om de mix smeuïger te maken.

In de tutorial ‘De juiste compressor kiezen’ gaan we in op de klank die verschillende (hele bekende) compressors. Dan weet je precies de juiste compressor te vinden als je opname bijvoorbeeld een beetje kaal klinkt. Of juist te wollig.

In deze tutorial kijken we naar de instelmogelijkheden van de compressor en hoe je ‘m gebruikt. Deze video behandelt de basis: